We hebben het op dit blog reeds eerder gehad over CAT-tools. Deze sparen de vertaler een hoop tijd uit door te suggereren voor segmenten die hij in het verleden al eens vertaalde. Dit artikel is een eerste luik in een beknopte inleiding tot het gebruik van , het meest wijdverspreide elektronische vertaalprogramma.

Dit softwarepakket wordt door duizenden vertalers en agentschappen wereldwijd gebruikt. Wanneer men het over ‘Trados’ heeft, verwijst men meestal naar het onderdeel ‘Translator’s ’, dat in samenwerking met Microsoft of ‘’ (een ander onderdeel van SDL Trados) aanmaakt en opslaat. Tijdens het vertalen ziet u in het Workbench-venster de bronsegmenten en hun eventuele verschijnen en met behulp van een reeks knoppen op een extra taakbalk (er zijn ook sneltoetscombinaties, we zullen hier later op terugkomen) in Microsoft Word kan u nieuwe vertalingen opslaan en/of wijzigen.

Nadat u de software heeft geïnstalleerd, dient u eerst en vooral een aan te maken, en daarbij de juiste bron- en doeltaal in te stellen voor uw project. Er zijn ook een aantal andere parameters die u kunt instellen, zoals het minimumpercentage voor herkenning van segmenten. Hou er rekening mee dat het nuttig kan zijn deze paramaters aan te passen, afhankelijk van het project waarmee u bezig bent. Met het creëren van het heeft Workbench 5 bestandjes aangemaakt. Zorg ervoor dat deze steeds samen in een map zitten, als er één verloren gaat is het onbruikbaar. Probeer zo snel mogelijk de functie van de knoppen te memoriseren en eventueel enkele van sneltoetscombinaties te beginnen gebruiken, hierdoor kan u veel sneller werken.

Na het eigenlijk vertaalwerk slaat u het vertaalde ‘Unclean’ bestand (de ongekuiste, of tweetalige versie met brontekst en vertaling) op. Via de optie Clean up het menu Tools in de Workbench kunt u de ‘Clean’-versie creëren, dat is de uitendelijke vertaalde versie van het oorspronkelijke document.

Tagged met: